In de middag van 1 maart was het zover: de omstreden notitie over het bindend studieadvies werd besproken door de Ondernemingsraad, Studentenraad en het College van Bestuur. De stevige maatregelen die in de notitie genoemd werden, bleken nog enigzins open voor discussie.
In de notitie werden een aantal maatregelen voorgesteld waarvan de belangrijkste een bindend studieadvies na het eerste jaar met als eis van 40 ec en een bindend studieadvies na het tweede jaar met als eis de propedeuse. Dit alles zou in werking moeten treden vanaf collegejaar 2011-2012 respectievelijk 2012-2013. Om een passende en uitgebreide reactie hierop te kunnen geven, heeft de USR een visiestuk geschreven.
Ook hier voerde decentralisatie ,de rode draad door het beleid van het college, de boventoon. Faculteiten zullen zelf moeten bepalen wat voor hen een redelijke grens is om een bindend negatief studieadvies te geven. De genoemde 40 ec is dus enkel een richtlijn. Daarnaast is ook de mate van verplichting voor werkgroeponderwijs nog te bediscussiëren op facultair niveau.
Het College van Bestuur erkende dat de invoering van een bindend studieadvies een aantal praktische problemen met zich meedraagt. Hoe worden de herkansingen in Augustus hier bijvoorbeeld bij betrokken? Het College van Bestuur heeft dan ook een projectgroep met ‘vakmensen’ samengesteld die de invoering van de BSA moet begeleiden. Tijdens de vergadering van gisteren heeft de voorzitter van het College toegezegd dat studenten betrokken zullen worden bij deze projectgroep.
Naar het inzien van de Studentenraad heeft het College onvoldoende kunnen aantonen dat het tweede bindend studieadvies aan het einde van het tweede jaar enige meerwaarde heeft. Het College heeft de medezeggenschap dan ook om alternatieven gevraagd. Verder deelde het College de mening van de medezeggenschap, dat er nog vele hiaten zitten in de studie en studentbegeleiding, niet. Wordt vervolgd…
Post a Comment