Er moet bezuinigd worden om de financiële crisis te boven te komen. Ieder departement, zo heeft het kabinet verleden jaar besloten, moet inleveren. Ook het onderwijs, wat garant moet staan voor de Nederlandse kenniseconomie in de toekomst, moet eraan geloven. Tegelijkertijd stelde de minister vast dat lage rendementen (<70%) niet langer maatschappelijk te verantwoorden zijn. Het gaat daarbij om het percentage studenten dat hun bachelordiploma binnen vier jaar afrondt. Met minder financiële middelen dienen instellingen zoals universiteiten en hogescholen dus een hoger rendement te behalen. Allerlei maatregelen schieten daarom als paddenstoelen uit de grond, waaronder het door studenten fel bediscussieerde Bindend Studieadvies.
Het Bindend Studieadvies kan gezien worden als het kroonjuweel van de zogenaamde rendementsmaatregelen. Een student krijgt in het eerste jaar van zijn opleiding (het propedeusejaar) te maken met een studiepuntengrens van bijvoorbeeld 40 studiepunten. Wanneer hij deze studiepunten aan het eind van het eerste jaar niet heeft gehaald, wordt hij ongeschikt geacht voor de betreffende opleiding. Het recht op het voortzetten van de opleiding komt dan te vervallen. De universiteiten proberen op die manier de ‘rotte appels’ er al in het eerste jaar uit te filteren. Studenten die in het eerste jaar namelijk stoppen met de opleiding, worden niet meegenomen in de bachelorrendementen. En juist deze bachelorrendementen moeten in 2014 op een niveau van boven de 70% liggen. Dat hebben de universiteiten in 2008 vastgelegd in een meerjarenafspraak met de minister.
Een prachtig selectiemiddel zou je denken. Alle studenten die netjes het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs hebben gevolgd, maar blijkbaar toch niet geschikt zijn voor de academische opleiding die ze gekozen hebben, worden er vroegtijdig uit gefilterd. Zo bescherm je de student zelfs tegen zichzelf zou je kunnen zeggen. Het is echter belangrijk om eerst een aantal zaken te constateren voordat we ons neerleggen bij deze gedachtegang.
Allereerst blijkt dat de aansluiting tussen het vwo en de universiteit steeds problematischer vormen begint aan te nemen. Zo klagen universitaire docenten steeds vaker over gebrekkige basiskennis, gebrekkige vaardigheden op het gebied van schrijven en spreken maar vooral over het ontbreken van discipline, planning en eigen verantwoordelijkheidsgevoel van de scholieren. Het mislukken van de zogenaamde Tweede Fase in het middelbare onderwijs, waarbij scholieren geleerd had moeten worden zelfstandig te kunnen werken, wordt vaak als oorzaak aangewezen. Steeds meer scholieren die aan een wetenschappelijke opleiding beginnen krijgen dus moeite met het nieuwe studieklimaat waarin ze terecht komen. De vraag is natuurlijk of dit primair de studenten verweten kan worden én of een gedeeltelijk gemis aan kennis en vaardigheden hen per definitie ongeschikt maakt voor een wetenschappelijke opleiding. Kun je het scholieren kwalijk nemen dat zij voorbereidend wetenschappelijk onderwijs hebben gevolgd dat hen onvoldoende heeft voorbereid op een wetenschappelijke opleiding?
Ten tweede wordt het met een slechte vooropleiding ontzettend moeilijk voor een scholier om zich staande te houden in een nieuwe omgeving. Het gros van de studenten gaat namelijk op zichzelf wonen, wordt lid van een studie-, studenten- of sportvereniging, maakt allerlei nieuwe contacten en – niet te vergeten – stort zich in een wereld waar jongens en meiden zich snel en makkelijk tot elkaar aangetrokken voelen, met vaak gebroken harten ten gevolge. De combinatie tussen deze nieuwe zelfstandigheid en slecht voorbereid zijn op waar het eigenlijk om draait, namelijk het volgen van een studie, zorgt ervoor dat het extra moeilijk wordt om de vereiste studiepunten in het eerste jaar te halen.
Het gevaar dreigt dus dat studenten tussen wal en schip vallen omdat de rollen omgedraaid worden. Het Bindend Studieadvies zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid voor het falen van het systeem bij de student komt te liggen, in plaats van bij de instellingen. De middelbare scholen zouden hen namelijk beter voor moeten bereiden, de universiteiten zouden studenten de kans moeten geven om ontbrekende kennis en/of vaardigheden bij te spijkeren. Alleen wanneer studenten het gewenste niveau hebben bereikt, kun je namelijk pas oordelen of ze geschikt zijn of niet. Het Bindend Studieadvies stelt echter een strenge grens van 40 studiepunten, terwijl er veel studenten zijn die gemakkelijk in hun tweede jaar toch nog die benodigde 20 studiepunten behalen om hun propedeuse af te ronden. Waarom? Omdat ze tegen die tijd wél de kans hebben gehad om eventuele geërfde achterstanden van het middelbare onderwijs weg te werken. Wanneer deze studenten niet voldoende begeleiding krijgen en weggestuurd worden omdat ze net te weinig studiepunten hebben gehaald, worden ze het kind van de rekening. En dat terwijl niemand met volle zekerheid kan zeggen dat ze achteraf wellicht wel geschikt zouden zijn geweest als ze de kans hadden gekregen.
Nog het meest schrijnende aan het bijna compleet landelijk ingevoerde Bindend Studieadvies is nog wel het volgende. Universiteiten die met meer studentvriendelijke maatregelen hun rendementen willen verhogen, zoals investeren in studiebegeleiding, wordt deze kans ontnomen. De hoge rendementseisen die er gesteld zijn en de snelheid waarmee deze moeten worden behaald, zorgt ervoor dat universiteiten ontzettend angstig worden. Ze zijn bang om straks op hun rendementen te worden afgerekend wanneer ze het vereiste niveau niet halen. Daarom wordt het hierboven beschreven verantwoordelijkheidsgevoel steeds meer losgelaten, en kiest men voor de harde, maar eveneens veilige weg. Dan maar de studenten er ook uit filteren die wellicht nog wél potentieel hadden. En nog een belangrijk element speelt hierin een grote rol. Hoe meer universiteiten het Bindend Studieadvies invoeren, hoe moeilijker het wordt om andere ambities te koesteren op het gebied van rendementsmaatregelen. Want wanneer er bijvoorbeeld één universiteit is die een dergelijke maatregel niet hanteert – is de gedachte – dan zullen alle slechte vwo-scholieren zich daar inschrijven en zullen alle studenten die worden weggestuurd bij andere instellingen het daar opnieuw proberen.
Het Bindend Studieadvies is dus het sluitstuk van een zogenaamde self fulfilling prophecy. Instellingen zien geen andere mogelijkheid om met pijn in het hart mee te gaan met de stroom van platte, kille cijfermatige regelingen die het studenten die slachtoffer zijn geworden van het systeem, de mogelijkheid ontneemt zich alsnog te bewijzen.