Even voorstellen: Nr. 5 Tamara van Lith

Tamara van Lith

Hoi, ik ben Tamara van Lith, 22 jaar en ben momenteel vierdejaars student Geschiedenis. Vorig jaar heb ik mijn bachelor gehaald en nu ben ik bezig met de master Politieke Geschiedenis. Daarnaast ben ik dit jaar secretaris van GSV Excalibur, de studievereniging van geschiedenis. Als bestuurder heb ik daar dit jaar al ontzettend veel geleerd over de opleiding, de faculteit en de opleiding. Maar ook wordt duidelijk wat er leeft onder studenten en heb ik zowel intern als extern veel geleerd van de communicatiemogelijkheden. Deze ervaring wil ik graag volgend jaar meenemen en uitbreiden in de USR namens AKKUraatd.

Naast mijn studie en de GSV ben ik ook vrijwilliger bij Cross Your Borders. Deze organisatie zet zich in om scholieren bewust te maken van ontwikkelingsproblemen. Dit doen zij door middel van een driedaags onderwijsproject op middelbare scholen. Ondanks dat ik het nu erg druk heb, probeer ik hier toch ook een keer in de maand aan mee te werken. Ook hier heb ik veel ervaringen opgedaan over het presenteren van problemen en het nadenken over constructieve oplossingen. Daarnaast is hierbij ook heel belangrijk om je in een ander te kunnen verplaatsen.

Afgelopen jaar heb ik gemerkt dat er veel meer speelt op de universiteit dan ik van tevoren dacht. Dit heeft zeker mijn aandacht getrokken en langzaam maar zeker heb ik ontdekt dat het belangrijk is kritisch te staan tegenover bepaalde zaken. Zo vind ik het erg belangrijk dat iedereen toegang heeft tot goed onderwijs en dat hier ook door docenten serieus aandacht aan besteed wordt. Daarnaast heb ik afgelopen jaar als secretaris gemerkt dat het niet altijd even makkelijk is om naast je studie actief te zijn. Daar moeten en zullen we ons als AKKUraatd komend jaar zeker voor gaan inzetten!

Even voorstellen: Nr. 6 Bram Bruines

Bram Bruines

Bram Bruines

Mijn naam is Bram Bruines en ik loop sinds 2002 rond op de Radboud Universiteit (bij Filosofie en Informatica).Sinds drie jaar woon ik op Sterrenbos en breng mijn tijd grotendeels door op de campus. Hoe slecht bereikbaar de campus kan zijn in de avonduren of in het weekend met het openbaar vervoer merk ik regelmatig en ik vind het belangrijk dat de campus ook een prettige leefplek is, omdat er (gelukkig) steeds meer kamers gebouwd worden en omdat ik er zelf met plezier zoveel tijd doorbreng.

Meestal ben ik naast mijn studie bij meerdere andere organisaties betrokken, maar als ik gekozen wordt voor de USR wordt dat mijn hoogste prioriteit. Ik ben 25 en inmiddels ben ik mijn tweede studie aan het afronden. Daarnaast ben ik medeoprichter van Stichting Frietopia en ben ik dit jaar nauw betrokken bij de studentenprotesten tegen de geplande bezuinigingen op het Hoger Onderwijs, zoals de grote actie ‘Laat het onderwijs niet leeglopen’ op 21 mei.

Bovenal vind ik de kwaliteit van het onderwijs belangrijk omdat ik uit eigen ervaring weet dat die niet altijd even goed is. De laatste paar jaar heb ik meerdere vakken gevolgd waar de cijfers met een tienzijdige dobbelsteen gegeven lijken te worden, of waar aanwezigheid een garantie is op een zeven. Ik heb wel eens twee maanden moeten wachten voor ik een reactie kreeg van mijn studieadviseur. Voordat dit soort problemen opgelost zijn, zijn rendementsmaatregelen niet nuttiger dan obstakels in een hindernisbaan.

Dat is waarom ik al drie jaar lid ben van de opleidingscommissie. Daar heb ik veel manieren leren kennen om problemen aan te kaarten en een aantal afkortingen om met een oplossing te komen voor een probleem zich echt voordoet. Samen met mijn medeleden heb ik verschillende manieren bedacht om de andere studenten op de hoogte te houden (via een blog, een vakkenranking en een instuifuurtje) en zelf op de hoogte te blijven van wat er leeft bij alle studenten. Het lijkt me fantastisch als ik komend jaar de kans krijg om me in te zetten voor de hele universiteit. Dat kan alleen als jullie dit jaar weer massaal op AKKUraatd stemmen!

Duizenden studenten vullen 21 mei het Museumplein tegen bezuinigingen in het onderwijs

Utrecht, 3 mei 2010. “Laat het onderwijs niet leeglopen, vul het Museumplein tegen de bezuinigingen.” Met deze slogan organiseren de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en radiostation WILD FM samen met de studentenorganisaties ISO, JOB, LKvV en comité SOS op 21 mei om 14.00 uur een grootse manifestatie voor goed, betaalbaar en toegankelijk onderwijs voor iedereen. Al jaren zijn studentonvriendelijke maatregelen genomen, terwijl de kwaliteit achterblijft. Zo is het collegegeld verhoogd en moeten studenten duizenden euro’s betalen voor een tweede studie. Op dit moment worden het afschaffen van de studiefinanciering, het uitkleden van de OV-kaart en het verhogen van collegegelden veelvuldig genoemd als bezuinigingsmaatregelen.

“Jongeren nu opzadelen met een schuld van tienduizenden euro’s om te kunnen studeren is een enorme drempel met enorme gevolgen” aldus de studentenorganisaties. De organisaties vrezen dat toekomstige studenten massaal besluiten niet meer te gaan studeren als er steeds meer financiële drempels komen. Zo zal de afschaffing van de basisbeurs en de OV-kaart ook voor de honderdduizenden mbo’ers grote gevolgen hebben voor hun deelname aan het onderwijs. De belangrijkste studentenorganisaties van Nederland houden hun hart vast: “De politiek heeft haar mond vol van het belang van onderwijs, maar lijkt niet te beseffen hoe belangrijk studenten en scholieren daarin zijn. Iedereen die het kan en wil moet je stimuleren het (hoger) onderwijs in te stromen, dat doe je niet door keihard te saneren. Op de toekomst bezuinig je niet!”

Op 21 mei gaan de studenten de politiek eens goed wakker schudden. Via studenten- en studieverenigingen, medezeggenschapsraden en studentenorganisaties zullen studenten worden opgeroepen om op 21 mei naar het Museumplein te Amsterdam af te reizen. Ook hebben verschillende instellingen hun steun betuigd en worden er door hen zelfs bussen ingezet om het Museumplein vol te krijgen. “We merken ook een enorme buzz op het internet. Via websites als facebook, hyves en www.21mei.nl betuigen enorm veel studenten hun steun. Je merkt dat het enorm leeft.” aldus de organisatie.

AKKUraatd publiceert verkiezingsprogramma!

17 tot en met 27 mei zijn er weer verkiezingen voor de Universitaire Studentenraad. Fractie AKKUraatd publiceerde vandaag als eerste haar verkiezingsprogramma. AKKUraatd gaat zich het komende jaar onder andere inzetten voor goed en stimulerend onderwijs voor alle studenten, internationalisering en goede faciliteiten en werkruimtes. Lijsttrekker Judith Rotink: ‘In deze tijden van dreigende bezuinigingen heeft de kwaliteit van ons onderwijs de hoogste prioriteit.’

Vorig jaar behaalde AKKUraatd zes van acht Van verkiesbare zetels. De kandidaten zijn vastberaden dit jaar minstens net zo veel zetels binnen te halen. Een inhoudelijk sterk verkiezingsprogramma is slechts het begin. De voorbereidingen voor de campagne zijn al in volle gang.

Lijsttrekker Judith Rotink blikt vooruit: ‘AKKUraatd is er voor álle studenten. Net als voorgaande jaren proberen we zo veel mogelijk studenten te bereiken. Zo zullen we in de komende week het verkiezingsprogramma ook in het Duits en in het Engels publiceren en organiseren we een bijzondere ludieke actie in de verkiezingsperiode.’ Over de inhoud van de actie wil AKKUraatd echter nog niets kwijt.

Lees het hele verkiezingsprogramma!

AKKUraatd klaar voor de verkiezingen!

Kieslijst 2010-2011 bekend

Vandaag levert AKKUraatd vol trots haar nieuwe kieslijst voor collegejaar 2010-2011 in bij het Universitaire Stembureau. Na een spannende periode van solliciteren is het voor onze nieuwe kandidaten eindelijk zover: zij kunnen beginnen met de voorbereiding voor de verkiezingen die van maandag 17 mei tot en met donderdag 27 mei plaatsvinden op de Radboud Universiteit. Zoals studenten gewend zijn van AKKUraatd staat er een ontzettend enthousiast team van studenten klaar om ook volgend jaar de belangen van alle RU-studenten zo goed mogelijk te behartigen!

Ook dit jaar mocht de sollicitatiecommissie van AKKUraatd weer rekenen op voldoende animo onder betrokken studenten, studenten die zich graag het komende collegejaar in willen zetten op het hoogste medezeggenschapsniveau. Na een pittige sollicitatieprocedure, waarin aan kandidaten vragen werden gesteld naar aanleiding van onder andere hun cv, hun ervaring en hun motivatie, heeft de commissie de volgende lijst opgesteld. Deze lijst is vandaag met instemming van de leden van de studentenvakbond AKKU ingeleverd bij het Universitaire Stembureau.

1. Judith Rotink – Natuurwetenschappen
2. Dirk Cornelissen – Geschiedenis
3. Wouter van Acker – Politicologie
4. Chiel Verhoeff – Bedrijfscommunicatie
5. Tamara van Lith – Geschiedenis
6. Bram Bruines – Informatica
7. Joeri Pisart – Psychologie
8. Timo Stark – Geneeskunde
9. Mieke Reij – Rechten
10. Frank van Caspel – Filosofie en Bedrijfskunde
11. Eline Neisingh – Pedagogische wetenschappen en onderwijskunde
12. Alexandra Moonen – Sociale geografie
13. Olivier de Waard – Tandheelkunde
14. Erik Bouwman – Psychologie
15. Mike Veenstra – Biologie

AKKUraatd probeert, inmiddels al een aantal jaar als grootste fractie in de Universitaire Studentenraad (op dit moment zes zetels), de belangen van alle studenten van de RU zo goed mogelijk te behartigen. Deze lijst met daarop vijftien studenten met zeer uiteenlopende achtergronden illustreert die wens. De huidige fractie is ontzettend blij met de nieuwe kandidaten, die nu al volop bezig zijn met het vaststellen van hun verkiezingsprogramma en het voorbereiden van de campagne. Ook beginnen zij vanaf vandaag met een intensief inwerkprogramma, verzorgt door de huidige fractie, om ze klaar te stomen voor wat hen in de USR te wachten staat.

De huidige fractie feliciteert de nieuwe kandidaten met hun plek op de lijst en heeft er het volste vertrouwen in dat zij in staat zijn om met hun ervaring, vaardigheden, kennis, enthousiasme en ook heel belangrijk teamspirit ook volgend collegejaar de stem van de student op onze universiteit duidelijk kunnen laten horen!

Hoger onderwijs: advies Veerman ingrijpend en inspirerend!

Bij ongewijzigd beleid is het uitgesloten dat Nederland tot de top vijf van meest concurrerende wereldeconomieën gaat behoren. Ook de verwachte en gewenste verdere groei van het aantal studenten zal het hoger onderwijs niet aan kunnen. Dit zegt de commissie Veerman in het rapport “Differentiëren in drievoud”.

“Een uitstekend rapport van een eminent gezelschap, waarmee de noodzakelijke koers voor de komende 10 jaar is geschetst”, aldus de voorzitter van de HBO-raad Doekle Terpstra. Sijbolt Noorda, voorzitter VSNU: “ een toekomstbestendig hoger onderwijs vergt dat we er allemaal onze schouders onder zetten. En doen we dus ook”. “Klip en klaar toont de commissie aan dat verhogen van kwaliteit en diversiteit veel inspanning vraagt”, volgens Henno van Horssen, voorzitter van het ISO. Jasmijn Koets, voorzitter LSVb zegt: “we zijn het van harte eens met de commissie dat de ambities voor de toekomst niet in een context van bezuinigingen gerealiseerd kunnen worden”.

Maatschappelijk convenant hoger onderwijs
Met het advies Veerman ligt er een stevig en samenhangend advies. Het hoger onderwijs pakt de handschoen op. VSNU, HBOraad LSVb en ISO komen voor de formatie met een maatschappelijk convenant hoger onderwijs waarin ze de koers voor de komende jaren verder uitwerken..

Integrale niveauverhoging en duidelijker profilering kern advies
Rode draad in het advies is de noodzaak van een integrale niveauverhoging en van duidelijker profilering van de universiteiten en hogescholen. Niet iedereen moet hetzelfde doen. Hierbij wordt er niet gepleit voor het afschaffen van het onderscheid tussen wetenschappelijk en beroepsgericht hoger onderwijs (binaire systeem) maar wel voor het flexibeler maken van het systeem. De commissie bepleit betere matching zonder nieuwe toegangsdrempels. Het hoger onderwijs moet snel beter: meer aandacht voor studiesucces, diversiteit, het uitdagen van talent, flexibiliteit en maatwerk. Het hoger onderwijs gaat de uitdaging aan.

Afschaffen studiefinanciering leidt tot leegloop hoger onderwijs

Utrecht, 1 april – Eén op de vijf studenten stopt met studeren als de basisbeurs wordt afgeschaft. Dit blijkt uit onderzoek van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) onder ruim 14.000 studenten, mbo’ers, scholieren en ouders. Daarnaast geeft 42 procent van de scholieren en mbo’ers aan niet meer te gaan studeren als zij geen basisbeurs ontvangen. De cijfers laten zien dat de studiefinanciering dus doorslaggevend is in de keuze om te gaan studeren. De uitkomsten van het onderzoek staan in schril contrast met de uitkomsten van de heroverwegingscommissie hoger onderwijs die vandaag gepubliceerd worden. Daaruit volgen voorstellen om de studiefinanciering om te zetten in een leenstelsel, het collegegeld te verhogen en de OV-kaart te veranderen in een kortingskaart.

Uit het LSVb-onderzoek blijkt dat driekwart van de studenten op dit moment al extra geld van hun ouders krijgt om te studeren: gemiddeld 314 euro per maand. Ruim 70 procent van de ouders geeft aan deze bijdrage niet te kunnen verhogen als het stufistelsel verandert. Ruim de helft van de studenten heeft mét dat extra geld al moeite om rond te komen, terwijl 70 procent er ook nog eens een baan bij heeft. Hiervan geeft 72 procent aan dat het werken negatieve gevolgen heeft voor de studieprestaties. Als de gehele studiefinanciering geleend moet worden, zegt 80 procent van de studenten nog meer te gaan werken. De weerstand tegen een leenstelsel blijkt dus groot.

De heroverwegingscommissie geeft vandaag drie verregaande opties om te bezuinigen in het hoger onderwijs. Het verhogen van de eigen bijdrage en het inperken van de rechten van de OV-kaart is onderdeel van elke optie. De eerste optie draait voornamelijk om het afschaffen van de basisbeurs. De tweede optie is om het collegegeld te verhogen met minimaal 50 procent naar 2430 euro of meer. Een combinatie van beide maatregelen is de derde optie, waarbij er mastercollegegelden tot 8000 euro gevraagd mogen worden. Kortom: studenten moeten meer gaan betalen.

Volgens LSVb-woordvoerder Jasmijn Koets zijn zowel de cijfers van het onderzoek als de uitkomsten van de heroverwegingen schokkend: “De commissie geeft aan dat studenten wel meer zelf kunnen betalen. De resultaten van dit onderzoek geven aan dat dit echt desastreuze gevolgen zal hebben voor de deelname aan het hoger onderwijs.” Wanneer de studiefinanciering wordt ingeruild voor een leenstelsel zal dit dus ook negatieve gevolgen hebben voor de kenniseconomie. In de positie waarin Nederland zich bevindt, is de enige optie om te investeren in datgene wat de maatschappij het meest oplevert: kennis. Zonder een doorstroom van minimaal 50 procent naar het hoger onderwijs, blijft Nederland achter. De LSVb vreest voor het idee dat studenten wel meer zelf kunnen investeren. Uit haar onderzoek blijkt dat de grens bij studenten is bereikt. Daarom lanceert zij vandaag een petitie op www.reddestufi.nl. Met de petitie roept zij studenten, ouders en scholieren op om zich massaal uit te spreken voor goed en toegankelijk onderwijs.

Het Bindend Studieadvies: resultaat van een self fulfilling prophecy

Er moet bezuinigd worden om de financiële crisis te boven te komen. Ieder departement, zo heeft het kabinet verleden jaar besloten, moet inleveren. Ook het onderwijs, wat garant moet staan voor de Nederlandse kenniseconomie in de toekomst, moet eraan geloven. Tegelijkertijd stelde de minister vast dat lage rendementen (<70%) niet langer maatschappelijk te verantwoorden zijn. Het gaat daarbij om het percentage studenten dat hun bachelordiploma binnen vier jaar afrondt. Met minder financiële middelen dienen instellingen zoals universiteiten en hogescholen dus een hoger rendement te behalen. Allerlei maatregelen schieten daarom als paddenstoelen uit de grond, waaronder het door studenten fel bediscussieerde Bindend Studieadvies.

Het Bindend Studieadvies kan gezien worden als het kroonjuweel van de zogenaamde rendementsmaatregelen. Een student krijgt in het eerste jaar van zijn opleiding (het propedeusejaar) te maken met een studiepuntengrens van bijvoorbeeld 40 studiepunten. Wanneer hij deze studiepunten aan het eind van het eerste jaar niet heeft gehaald, wordt hij ongeschikt geacht voor de betreffende opleiding. Het recht op het voortzetten van de opleiding komt dan te vervallen. De universiteiten proberen op die manier de ‘rotte appels’ er al in het eerste jaar uit te filteren. Studenten die in het eerste jaar namelijk stoppen met de opleiding, worden niet meegenomen in de bachelorrendementen. En juist deze bachelorrendementen moeten in 2014 op een niveau van boven de 70% liggen. Dat hebben de universiteiten in 2008 vastgelegd in een meerjarenafspraak met de minister.

Een prachtig selectiemiddel zou je denken. Alle studenten die netjes het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs hebben gevolgd, maar blijkbaar toch niet geschikt zijn voor de academische opleiding die ze gekozen hebben, worden er vroegtijdig uit gefilterd. Zo bescherm je de student zelfs tegen zichzelf zou je kunnen zeggen. Het is echter belangrijk om eerst een aantal zaken te constateren voordat we ons neerleggen bij deze gedachtegang.

Allereerst blijkt dat de aansluiting tussen het vwo en de universiteit steeds problematischer vormen begint aan te nemen. Zo klagen universitaire docenten steeds vaker over gebrekkige basiskennis, gebrekkige vaardigheden op het gebied van schrijven en spreken maar vooral over het ontbreken van discipline, planning en eigen verantwoordelijkheidsgevoel van de scholieren. Het mislukken van de zogenaamde Tweede Fase in het middelbare onderwijs, waarbij scholieren geleerd had moeten worden zelfstandig te kunnen werken, wordt vaak als oorzaak aangewezen. Steeds meer scholieren die aan een wetenschappelijke opleiding beginnen krijgen dus moeite met het nieuwe studieklimaat waarin ze terecht komen. De vraag is natuurlijk of dit primair de studenten verweten kan worden én of een gedeeltelijk gemis aan kennis en vaardigheden hen per definitie ongeschikt maakt voor een wetenschappelijke opleiding. Kun je het scholieren kwalijk nemen dat zij voorbereidend wetenschappelijk onderwijs hebben gevolgd dat hen onvoldoende heeft voorbereid op een wetenschappelijke opleiding?

Ten tweede wordt het met een slechte vooropleiding ontzettend moeilijk voor een scholier om zich staande te houden in een nieuwe omgeving. Het gros van de studenten gaat namelijk op zichzelf wonen, wordt lid van een studie-, studenten- of sportvereniging, maakt allerlei nieuwe contacten en – niet te vergeten – stort zich in een wereld waar jongens en meiden zich snel en makkelijk tot elkaar aangetrokken voelen, met vaak gebroken harten ten gevolge. De combinatie tussen deze nieuwe zelfstandigheid en slecht voorbereid zijn op waar het eigenlijk om draait, namelijk het volgen van een studie, zorgt ervoor dat het extra moeilijk wordt om de vereiste studiepunten in het eerste jaar te halen.

Het gevaar dreigt dus dat studenten tussen wal en schip vallen omdat de rollen omgedraaid worden. Het Bindend Studieadvies zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid voor het falen van het systeem bij de student komt te liggen, in plaats van bij de instellingen. De middelbare scholen zouden hen namelijk beter voor moeten bereiden, de universiteiten zouden studenten de kans moeten geven om ontbrekende kennis en/of vaardigheden bij te spijkeren. Alleen wanneer studenten het gewenste niveau hebben bereikt, kun je namelijk pas oordelen of ze geschikt zijn of niet. Het Bindend Studieadvies stelt echter een strenge grens van 40 studiepunten, terwijl er veel studenten zijn die gemakkelijk in hun tweede jaar toch nog die benodigde 20 studiepunten behalen om hun propedeuse af te ronden. Waarom? Omdat ze tegen die tijd wél de kans hebben gehad om eventuele geërfde achterstanden van het middelbare onderwijs weg te werken. Wanneer deze studenten niet voldoende begeleiding krijgen en weggestuurd worden omdat ze net te weinig studiepunten hebben gehaald, worden ze het kind van de rekening. En dat terwijl niemand met volle zekerheid kan zeggen dat ze achteraf wellicht wel geschikt zouden zijn geweest als ze de kans hadden gekregen.

Nog het meest schrijnende aan het bijna compleet landelijk ingevoerde Bindend Studieadvies is nog wel het volgende. Universiteiten die met meer studentvriendelijke maatregelen hun rendementen willen verhogen, zoals investeren in studiebegeleiding, wordt deze kans ontnomen. De hoge rendementseisen die er gesteld zijn en de snelheid waarmee deze moeten worden behaald, zorgt ervoor dat universiteiten ontzettend angstig worden. Ze zijn bang om straks op hun rendementen te worden afgerekend wanneer ze het vereiste niveau niet halen. Daarom wordt het hierboven beschreven verantwoordelijkheidsgevoel steeds meer losgelaten, en kiest men voor de harde, maar eveneens veilige weg. Dan maar de studenten er ook uit filteren die wellicht nog wél potentieel hadden. En nog een belangrijk element speelt hierin een grote rol. Hoe meer universiteiten het Bindend Studieadvies invoeren, hoe moeilijker het wordt om andere ambities te koesteren op het gebied van rendementsmaatregelen. Want wanneer er bijvoorbeeld één universiteit is die een dergelijke maatregel niet hanteert – is de gedachte – dan zullen alle slechte vwo-scholieren zich daar inschrijven en zullen alle studenten die worden weggestuurd bij andere instellingen het daar opnieuw proberen.

Het Bindend Studieadvies is dus het sluitstuk van een zogenaamde self fulfilling prophecy. Instellingen zien geen andere mogelijkheid om met pijn in het hart mee te gaan met de stroom van platte, kille cijfermatige regelingen die het studenten die slachtoffer zijn geworden van het systeem, de mogelijkheid ontneemt zich alsnog te bewijzen.

Info-bijeenkomst en discussie over financiering tweede studie

Van maandag 15 t/m vrijdag 19 maart is de jaarlijkse Week van de Medezeggenschap! Deze week kan je op verschillende plaatsen op de uni mensen uit de verscheidene medezeggenschapsorganen tegenkomen, die je zullen vertellen waar ze mee bezig zijn en hoe je met ze in contact kan komen. De week wordt afgesloten met een info-bijeenkomst en discussie over de ontwikkelingen op het gebied van de financiering van de tweede studie – en natuurlijk een borrel daarna.

Deze bijeenkomst zal plaats vinden op donderdag 18 maart om 14.30u, en vindt plaats onder leiding van Maaike Verhoek (voormalig USR-voorzitter en LOF-coördinator), in CC5. Na een korte inleiding op het onderwerp (hoe is het zo gekomen? Hoe verloopt het traject vanaf nu, en wat zijn de gevolgen voor studenten?) is er ruimte voor vragen. Vervolgens wordt gediscussieerd over wat de positie van de RU zou moeten zijn: het College van Bestuur heeft namelijk de ruimte om bepaalde regels zelf in te vullen. Ook wordt besproken wat voor actie vanuit de medezeggenschap moet worden ondernomen. Er zal iemand van de juridische afdeling van de LSVb aanwezig zijn om op persoonlijke situaties van mensen in te gaan.

Heb je interesse? Kom dan gerust even langs! Na afloop van de bijeenkomst zal om 15.30u geborreld worden in het Cultuurcafé, incl. 2 gratis drankjes per persoon – daar kan natuurlijk nog rustig nagepraat/gediscussieerd worden.

Ben je meer in z’n algemeenheid geïnteresseerd in de medezeggenschap (op welk niveau dan ook)? Je bent natuurlijk altijd vrij om ons een mailtje te sturen, of bij de bijeenkomst of de borrel langs te komen. Hopelijk tot 18 maart!

Update: studentenbanen op de campus

Zoals eerder vermeld in het stuk ‘Uitzendbureau Radboud?’ is de RU bezig met het uitwerken van ideeën voor een verbetering van de coördinatie van de studentenbanen op de campus. Dit gebeurt naar aanleiding van een initiatief van fractie AKKUraatd, waarmee gevraagd werd meer aandacht aan dit onderwerp te besteden. Uiteindelijk wordt ook gestreefd het aantal studentenbanen op de campus te verhogen. Woordvoerder Lotte Melenhorst (AKKUraatd) heeft in de GV gevraagd om een concreet streven (hoeveel studentenbanen de RU op een bepaalde termijn wil aanbieden), maar hierover durfde CvB-lid Anton Francken geen uitspraken te doen.

Wel is hoopvol dat Jef van de Riet, secretaris van het CvB en voorzitter van de Werkgroep Studentenbanen, inmiddels in Vox (nr. 12, p.10) heeft uitgesproken dat de RU-brede vacaturesite over iets meer dan een maand online zal zijn. Mocht je dus benieuwd zijn wat voor mogelijkheden er voor jou zijn om op de universiteit te werken, dan kun je dit binnenkort in één oogopslag zien. Bovendien zal met ingang van het nieuwe collegejaar de RU een intern uitzendbureau hebben, waar je terecht kunt als je op zoek bent naar een baan.

Fractie AKKUraatd is erg blij met de ontwikkelingen, en blijft dan ook nauw betrokken. We denken mee over hoe de vacaturesite eruit moet zien, en hebben daarnaast inspraak bij de ontwikkeling van het uitzendbureau. Hopelijk leidt dit alles er toe dat het binnen enkele maanden veel makkelijker zal zijn om een baantje op de uni te vinden. We zullen er ook op aandringen dat continu bekeken wordt of er meer (verschillende) studentenbanen gecreëerd kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld studenten, die nu via een extern uitzendbureau voor de RU werken, in de loop van de tijd direct voor het interne uitzendbureau werken. Op naar ‘de campus als leefomgeving’, waar je studie en werk makkelijk kunt combineren!